De boxer als sporthond.
De meeste boxers worden in Nederland genomen als huishond, hij moet gehoorzaam zijn en een stukje gezelligheid bieden. De boxer is een veelzijdige hond. Door zijn veelzijdigheid is hij dan ook zeer geschikt als sporthond.
In Nederland hebben we een verscheidenheid aan takken van hondensport.
Een aantal van deze takken zijn: 1) Agility (behendigheid).
2) Flyball.
3) G&G (gedrag en gehoorzaamheid).
4) IPO (Internationaal Prufungs Ordnung).
5) Speurhond.
6) UV (uithoudings vermogen).
Met de boxer hebben we het geluk dat we al deze takken van sport kunnen beoefenen. Men moet er wel rekening mee houden dat het beoefenen van de hondensport zeer veel tijd kost.
Ik zal in het kort weergeven wat de inhoud is van de verschillende takken van hondensport.
Mocht U besluiten om een cursus te gaan volgen met Uw nieuwe pup dan kunt U aan de hand van de hieronder (in het kort) beschreven verschillende soorten, een selectie maken welke het beste bij U past.
Agility.
Agility, ook wel in de Nederlandse volksmond behendigheid genoemd.
Bij deze tak van sport wordt de hond aangeleerd om allerlei verschillende soorten hindernissen te nemen. De hindernissen worden in een bepaald parkoers neergezet.
Het is de bedoeling dat de hond deze hindernissen neemt in een zo snel mogelijke tijd zonder enige fouten te maken. De hindernissen kunnen bestaan uit een aantal hoogtesprongen, kattenloop, band, paaltjes, wip, slurf en tunnel.
De rassen worden aan de hand van de schofthoogte in 3 groepen verdeeld nl.: mini’s, midi’s en de large. Het is begrijpelijk dat je de kleine rassen niet dezelfde hindernissen in hoogte kan laten nemen als de grotere rassen
Het is voor de geleider zeer belangrijk dat deze het parkoers kent. De hond moet op de aanwijzingen van de geleider de hindernissen in de juiste volgorde nemen. Deze tak van sport vergt veel van de conditie van zowel de hond als van de geleider. De hond moet zeer goed onder appèl staan van de geleider.
In deze sport worden ook veel wedstrijden georganiseerd. Afhankelijk van hoever je hond is, wordt deze in bepaalde klassen ingedeeld. Voordat men aan een wedstrijd mee kan doen moet men een startlicentie aanvragen. Dit wordt door de vereniging gedaan waar U traint.
Deze sport is te beoefenen bij een aantal boxer kringgroepen van de Nederlandse boxerclub.
Is er bij U geen kringgroep in de buurt, dan kunt U eens gaan kijken bij een Kynologen Club (KC) of een hondenschool bij U in de Buurt.
FLYBALL.
Deze tak van hondensport is bij de meeste mensen wel bekend.
Hier worden een aantal hoogtesprongen gezet in 1 rechte lijn. De hond moet eerst over een aantal hoogtesprongen. Aan het einde van de hoogtesprongen staat een apparaat dat de hond moet bedienen. De hond slaat met zijn poot op een pedaal waardoor er een bal uit het apparaat schiet. De hond moet deze dan opvangen en over de hoogtesprongen de bal terug brengen.
Meestal worden er wedstrijden georganiseerd in teamverband.
G&G.
Voordat U aan een cursus G&G kunt beginnen zult U met Uw hond eerst een paar vooropleiding cursussen moeten volgen. U begint dan met Uw hond een puppycursus of voor de wat oudere hond een beginnerscursus. In deze cursus wordt de basis gelegd. Men leert U en de hond hoe deze moet gaan zitten, liggen, blijven liggen, wandelen zonder te trekken, gebit tonen, staan en (voor)komen met alle daarbij horende bevelen.
De meeste verenigingen hebben een lesprogramma dat afgesloten wordt met een clubtest of een clubexamen.
Na de puppycursus kunt U, indien U geslaagd bent,door naar de vervolgcursus (EG. elementaire gehoorzaamheid). In deze cursus wordt alles wat U en de hond geleerd hebben verder ontwikkeld. Tevens komen er dan een paar kleine oefeningen bij bijv: aan de voet komen (na het voorkomen de hond op commando achter de geleider door weer links langs het been van de geleider laten zitten), het wandelen zonder trekken wordt volgen. De hond moet bv. 1 minuut op zijn plaats kunnen blijven liggen met de geleider op een afstand van 10 meter. Deze cursus wordt weer afgesloten met een clubexamen.
Na goed gevolg van het EG kunt U doorstromen naar het VEG (voortgezette elementaire gehoorzaamheid). In deze cursus wordt alles weer herhaald wat U bij de vorige cursussen heeft geleerd. De oefeningen worden verder uitgebreid en aan elkaar gekoppeld.
Een nieuwe oefening in deze cursus is bijv de plaats/riem oefening. Hier wordt de hond op een afstand van 15 meter naar een plaats,die afgebakend is dmv pionnen, gestuurd waar zijn riem ligt. Men loopt met de hond een vak in en laat de hond zitten en doet zijn riem af. Op commando laat men de hond liggen en legt de riem voor zijn neus op de grond. De geleider loopt 15 pas uit het vak en roept de hond voor. De hond gaat recht voor de geleider zitten met zijn kop naar de geleider toe. Op commando gaat de hond achter de geleider door aan de voet.
zitten. De geleider geeft een commando en de hond moet uit eigen beweging terug naar de riem gaan en er bij gaan liggen. De geleider haalt hierna zijn hond op en laat deze zitten.
Deze oefening bestaat uit korte oefeningen die aan elkaar geplakt worden.
Deze cursus wordt afgesloten met een clubexamen.
U moet zich goed realiseren dat de hierboven beschreven vooropleidingen bij elke vereniging weer anders kan zijn. Elke vereniging is vrij in de opbouw en benamingen van de vooropleidingen.
G&G 1, 2, 3.
Bij G&G 1,2,3 worden de oefeningen uitgebreid. Hier komen o.a. de sta oefening, sta uit looppas, apporteren, voorwerpen verwijzen enz aan de orde. Het grote verschil met de vorige cursussen is dat deze cursus een landelijk programma heeft. Alle geleiders met hun honden die voor deze examens trainen hebben hetzelfde programma. De examens worden door een examinator van Cynophilia afgenomen. Hier hebben de verenigingen geen invloed op het programma en de examens zoals in de vorige cursussen.
IPO.
Het IPO programma bestaat uit 3 onderdelen: afdeling A: speuren.
afdeling B: appèl.
afdeling C: pakwerk.
VZH.
Voordat men voor het IPO1 op examen kan moet men eerst de vooropleiding VZH (verkeer zekere hond) behalen. Deze opleiding heeft een appèl gedeelte van het IPO1 en een gedeelte in de stad. Het appèl bestaat uit: volgen aan de lijn, vrij volgen, volgen in de groep, afleggen (liggen) met voorroepen, afleggen met afleiding, zit uit beweging.
Het stad gedeelte bestaat uit: gehoorzaamheid en gedrag in het verkeer, gedrag in moeilijkere verkeerssituaties, gedrag van de voor korte tijd alleen gelaten, aangelijnde hond en gehoorzaamheidsoefeningen in het verkeer. Het is aan te bevelen dat als men met deze opleiding start, om met het IPO1 programma te starten. U leert de hond al speuren en U leert de hond al het manwerk. U kunt dan eerst een VZH examen lopen en als U slaagt dan kunt U daags erop al het IPO1 examen lopen. U wint hiermee ontzettend veel tijd en het blijft voor de hond gevarieerder.
IPO1.
Speuren: Bij het IPO1 wordt er door de geleider een spoor uitgelegd van minstens 300 pas, met 2 hoeken van 90 graden, heeft 3G balken en 2 voorwerpen op het spoor. Het spoor moet minstens 20 min oud zijn. De geleider loopt tijdens het speuren ca 10 meter achter de hond. De hond mag vrij zoeken of aan een lijn van 10 meter zitten. De hond moet beide voorwerpen die op het spoor liggen verwijzen. Het spoor moet binnen 15 minuten uitgewerkt zijn. Voor deze oefening kan men 100 punten behalen.
Appèl: Het appel bestaat uit de volgende oefeningen: Vrij volgen, zit uit beweging, afleggen met voorroepen, Apporteren over de grond, apporteren over de haag, apporteren over de klimschutting, vooruit zenden met afliggen en afliggen met afleiding. Voor deze oefeningen kan men 100 punten behalen.
Pakwerk: het pakwerk bestaat uit de volgende oefeningen: revieren van 2 verstekken, stellen en aanblaffen, vlucht verhinderen van de pakwerker, verdediging van de hond bij de overval in de bewakingsfase en aanval van de hond uit beweging (afstand stellen). Voor deze oefeningen kan men 100 punten behalen.
IPO2.
Speuren: Bij het IPO2 wordt er een vreemd spoor gelegd dwz het spoor wordt gelegd door iemand anders en niet door de geleider. Het spoor is minstens 400 pas, met 2 hoeken van 90 graden, heeft 3 balken en 2 voorwerpen op het spoor. Het spoor moet minstens 30 minuten oud zijn. Het spoor wordt uitgewerkt zoals bij het IPO1. Voor deze oefening kan men 100 punten behalen.
Appèl: het appèl bestaat uit de volgende oefeningen: vrij volgen, zit uit beweging, afleggen met voorroepen, staan blijven in normale pas, apporteren over de grond, apporteren over de haag, apporteren over de klimschutting, vooruitzenden met af liggen en afleggen met afleiding. Zoals U ziet komt hier maar 1 extra oefening bij. Voor deze oefeningen kan men 100 punten behalen.
Pakwerk: Het pakwerk bestaat uit de volgende oefeningen: Revieren van 4 verstekken, Stellen en aanblaffen, vlucht verhinderen van de pakwerker, verdediging van de hond bij de overval in de bewakingsfase, rugtransport, overval van de hond vanuit rugtransport en aanval van de hond uit beweging. Zoals U ziet komen er hier 2 extra oefeningen bij het rugtransport en de overval vanuit het rugtransport. Voor deze oefeningen kan men 100 punten behalen.

IPO3.
Speuren: Bij het IPO3 wordt er een vreemd spoor gelegd. Het spoor is 600 pas lang, heeft 5 balken, 4 hoeken van 90 graden, 3 voorwerpen en is minstens 60 minuten oud. Het spoor moet binnen 20 minuten uitgewerkt zijn. Voor deze oefening kan men 100 punten behalen.
Appèl: Het appèl bestaat uit de volgende oefeningen: vrij volgen, zit uit beweging, afleggen met voorroepen, Staan blijven in looppas, apporteren over de grond, apporteren over de haag, apporteren over de klimschutting, vooruitzenden met afleggen en afleggen met afleiding.
Zoals U ziet, het enige wat verandert is dat de hond op commando moet gaan staan vanuit looppas. Voor deze oefeningen kan men 100 punten behalen.
Pakwerk: Het pakwerk bestaat uit de volgende oefeningen: revieren van 6 verstekken, aanblaffen en bewaken, vlucht verhinderen van de pakwerker, verdediging van de hond in de bewakingsfase, rugtransport, overval van de hond vanuit rugtransport, aanval van de hond vanuit de beweging en zijtransport. Zoals U ziet komt hier maar 1 oefening bij nl. het zijtransport. Men kan voor deze oefeningen 100 punten behalen.
Gaat men op examen en heeft men voor 1 van deze onderdelen minder dan 70 punten behaald dan is men gezakt. Haalt men al tijdens het speuren minder dan 70 punten dan wordt toch nog het volledige examen afgenomen. Ik kan me voorstellen dat vele van deze termen U niets zeggen. Mocht U meer informatie hierover willen dan kunt U zich wenden tot een kringgroep of een NBG vereniging bij U in de buurt die IPO trainen.
Vaak worden er door de leken gezegd dat de honden door het pakwerk “vals” worden. Dit is niet waar, de honden worden zo opgeleid dat ze mouwgericht zijn en een burger volkomen negeren. Voor de hond is het puur een spel en een uitlaatklep waarin ze hun energie kwijt kunnen.
Speurhond.
Voordat men met de hond deel kan nemen aan speurhond1 moet de hond in het bezit zijn van tenminste VZH of IPO1.
Speurhond1.
Speuren: Hier wordt een vreemd spoor gelegd van ca 1400 pas. Het spoor bestaat uit 7 balken, 6 hoeken, een verleidingsspoor en 4 voorwerpen. Het spoor moet minsten 180 minuten oud zijn en moet binnen 30 minuten uitgewerkt worden. Men kan hiervoor 100 punten behalen.
Speurhond2.
Speuren: Hier wordt een vreemd spoor gelegd van ca 1800 pas. Het spoor bestaat uit 8 balken, 7 hoeken, 7 voorwerpen (+ 1 identificatie voorwerp) en een verleidingsspoor. Het spoor moet minsten 180 minuten oud zijn en moet binnen 45 minuten uitgewerkt worden. Men kan hiervoor 200 punten behalen.
UV.
Het UV bestaat uit 2 onderdelen de loopoefening en gehoorzaamheidsoefening.
Loop oefening: de hond moet een afstand afleggen aan de fiets in een tempo die ligt tussen de 12-15 km/h De afstand is verdeeld in 3 blokken 8 km, 7km en 5 km. Tussen de blokken wordt een pauze gehouden van ongeveer 20 minuten. Tijdens de pauze controleert de examinator de voetzolen van de hond of deze niet kapot gelopen zijn. Heeft de hond zijn voetzolen kapot gelopen of de hond is oververmoeid dan wordt deze van verdere deelname uitgesloten.
Gehoorzaamheidsoefening: Na een pauze van 15 minuten wordt aansluitend aan het loopprogramma een gehoorzaamheidsoefening afgenomen. De hond moet dan op het veld een stukje volgen. Dit mag zowel vrij volgen zijn of aan de lijn.
Deze vorm van training kunt U bij bijna alle verenigingen volgen.
Het is niet eenvoudig om in het kort te omschrijven wat voor trainingen U allemaal kunt verrichten met Uw hond. Voor al deze vormen van trainingen komt Uw boxer in aanmerking. Mocht U een training gaan volgen dan vergt dit van U erg veel tijd, met 1 keer per week trainen op de vereniging komt U er niet. U moet op de vereniging laten zien wat U en Uw hond die week thuis geleerd hebben.
Mocht U nog vragen hebben of suggesties dan vernemen wij dat graag.